belasting (15 of meer gevonden)

Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...


bestuursrecht (belastingrecht) - opgave van vermogen en inkomsten om de belastingdienst in staat te stellen de te betalen belasting te bepalen.

nadere verklaring recht van voorrang

nadere verklaring bodembeslag

nadere verklaring fiscus / belastingdienst

Artikel 10 Awr:

1. Met betrekking tot belastingen welke ingevolge de belastingwet op aangifte moeten worden voldaan of afgedragen, wordt de aangifte gedaan bij de inspecteur of de ontvanger die is vermeld in de uitnodiging tot het doen van aangifte.
2. Heeft de aangifte betrekking op een tijdvak, dan wordt zij gedaan binnen een door de inspecteur gestelde termijn van ten minste een maand na het einde van het tijdvak. Heeft de aangifte niet betrekking op een tijdvak, dan wordt zij gedaan binnen een door de inspecteur gestelde termijn van ten minste een maand.
3. De inspecteur kan onder door hem te stellen voorwaarden uitstel van het doen van aangifte verlenen.





Deel deze pagina met:      




Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...


bestuursrecht (belastingrecht) - belastingen welke ingevolge de belastingwet bij wege van aanslag worden geheven.

onderdeel fiscus / belastingdienst

onderdeel vennootschapsbelasting (VPB)

nadere verklaring belastingaanslag

Artikel 6 AWR:

1. Met betrekking tot belastingen welke ingevolge de belastingwet bij wege van aanslag worden geheven, dan wel op aangifte worden voldaan of afgedragen, kan de inspecteur degene die naar zijn mening vermoedelijk belastingplichtig of inhoudingsplichtig is uitnodigen tot het doen van aangifte. Worden door de belastingwet aangelegenheden van een derde aangemerkt als aangelegenheden van degene die vermoedelijk belastingplichtig of inhoudingsplichtig is, dan kan de inspecteur ook die derde uitnodigen tot het doen van aangifte. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop het uitnodigen tot het doen van aangifte geschiedt.
2. Degene die een daartoe strekkend verzoek bij de inspecteur indient, wordt in elk geval uitgenodigd tot het doen van aangifte.
3. Bij ministeriële regeling kan degene, die in de daarbij omschreven omstandigheden verkeert, worden verplicht om binnen een te stellen termijn om uitnodiging tot het doen van aangifte te verzoeken.


Artikel 11 AWR:

1. De aanslag wordt vastgesteld door de inspecteur.
2. De inspecteur kan bij het vaststellen van de aanslag van de aangifte afwijken, zomede de aanslag ambtshalve vaststellen.
3. De bevoegdheid tot het vaststellen van de aanslag vervalt door verloop van drie jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, wordt deze termijn met de duur van dit uitstel verlengd.
4. Voor de toepassing van het derde lid wordt belastingschuld, waarvan de grootte eerst kan worden vastgesteld na afloop van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, geacht te zijn ontstaan op het tijdstip waarop dat tijdvak eindigt.





Deel deze pagina met:      




Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...


bestuursrecht (belastingrecht) - vaststelling van belasting door de belastingdienst en mededeling daarvan aan de belastingplichtige.

nadere verklaring fiscus


Deel deze pagina met:      




Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...


bestuursrecht (belastingrecht) - kostprijsverhogende belasting die de overheid heft op zaken waarvan zij het gebruik probeert af te remmen, zoals tabak, alcohol en benzine. Verbruiksbelasting door het Rijk geheven krachtens bijzondere wetten.


Deel deze pagina met:      




Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...


bestuursrecht (belastingrecht) - De belastingplichtige die niet akkoord gaat met de beschikking van een inspecteur van belastingen op zijn bezwaarschrift tegen de aanslag, kan een beslissing uitlokken van deze belastingkamer.


Deel deze pagina met:      




Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...


bestuursrecht (belastingrecht) - in de gevallen waarin de belastingwet afdracht van in een tijdvak ingehouden belasting op aangifte voorschrijft, is de belastingplichtige, onderscheidenlijk de inhoudingsplichtige, gehouden de belasting binnen één maand na het einde van dat tijdvak overeenkomstig de aangifte aan de ontvanger te betalen.

Artikel 19 AWR:

1. In de gevallen waarin de belastingwet voldoening van in een tijdvak verschuldigd geworden of afdracht van in een tijdvak ingehouden belasting op aangifte voorschrijft, is de belastingplichtige, onderscheidenlijk de inhoudingsplichtige, gehouden de belasting binnen één maand na het einde van dat tijdvak overeenkomstig de aangifte aan de ontvanger te betalen.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld:
a. met betrekking tot het tijdvak waarover de belasting moet worden betaald, waarbij tevens regels kunnen worden gesteld volgens welke in de loop van dat tijdvak één of meer voorlopige betalingen moeten worden gedaan;
b. krachtens welke door de inspecteur aan de belastingplichtige, onderscheidenlijk de inhoudingsplichtige, uitstel wordt verleend voor de voldoening van in een tijdvak verschuldigd geworden belasting of de afdracht van in een tijdvak ingehouden belasting, indien met betrekking tot dat tijdvak dan wel een tijdvak dat is geëindigd vóór of tegelijk met dat tijdvak een verzoek om teruggaaf van belasting is ingediend.
3. In de niet in het eerste lid bedoelde gevallen waarin de belastingwet voldoening of afdracht van belasting op aangifte voorschrijft, is de belastingplichtige, onderscheidenlijk de inhoudingsplichtige, gehouden de belasting overeenkomstig de aangifte aan de ontvanger te betalen binnen één maand na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan.
4. Indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, wordt de in het eerste en in het derde lid genoemde termijn van één maand met de duur van dit uitstel verlengd.
5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en in het derde lid gestelde termijn van één maand.





Deel deze pagina met:      




Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...


bestuursrecht (belastingrecht) - wet van 2 juli 1959, houdende regelen met betrekking tot aangifte en heffing rijksbelastingen.

hierarchische verhouding hoger Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) / (oneigen.) Wet Ruimtelijke Ordening


icon Advocaat nodig? Plaats hier gratis je opdracht >>

Artikel 6 Awr:

1. Met betrekking tot belastingen welke ingevolge de belastingwet bij wege van aanslag worden geheven, dan wel op aangifte worden voldaan of afgedragen, kan de inspecteur degene die naar zijn mening vermoedelijk belastingplichtig of inhoudingsplichtig is uitnodigen tot het doen van aangifte. Worden door de belastingwet aangelegenheden van een derde aangemerkt als aangelegenheden van degene die vermoedelijk belastingplichtig of inhoudingsplichtig is, dan kan de inspecteur ook die derde uitnodigen tot het doen van aangifte. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop het uitnodigen tot het doen van aangifte geschiedt.
2. Degene die een daartoe strekkend verzoek bij de inspecteur indient, wordt in elk geval uitgenodigd tot het doen van aangifte.
3. Bij ministeriële regeling kan degene, die in de daarbij omschreven omstandigheden verkeert, worden verplicht om binnen een te stellen termijn om uitnodiging tot het doen van aangifte te verzoeken.


Artikel 11 Awr:

1. De aanslag wordt vastgesteld door de inspecteur.
2. De inspecteur kan bij het vaststellen van de aanslag van de aangifte afwijken, zomede de aanslag ambtshalve vaststellen.
3. De bevoegdheid tot het vaststellen van de aanslag vervalt door verloop van drie jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, wordt deze termijn met de duur van dit uitstel verlengd.
4. Voor de toepassing van het derde lid wordt belastingschuld, waarvan de grootte eerst kan worden vastgesteld na afloop van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, geacht te zijn ontstaan op het tijdstip waarop dat tijdvak eindigt.





Deel deze pagina met:      




Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...


bestuursrecht (belastingrecht) - belasting ter zake van verzekeringen waarvan het risico in Nederland is gelegen en ter zake van daarmee samenhangende diensten (Wet op belastingen van Rechtsverkeer).

20 WBR.




Deel deze pagina met:      




Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...


bestuursrecht (belastingrecht) - gemeentelijke belasting ter zake in die gemeente gelegen onroerende zaken die gebaat zijn door gemeentelijke voorzieningen.

Artikel 222 Gemw:

1. Ter zake van de in een bepaald gedeelte van de gemeente gelegen onroerende zaak die gebaat is door voorzieningen die tot stand worden of zijn gebracht door of met medewerking van het gemeentebestuur, kan van degenen die van die onroerende zaak het genot hebben krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, een baatbelasting worden geheven, waarbij de aan de voorzieningen verbonden lasten geheel of gedeeltelijk worden omgeslagen. Indien de aan de voorzieningen verbonden lasten ter zake van een onroerende zaak krachtens overeenkomst zijn of worden voldaan, wordt de baatbelasting ter zake van die onroerende zaak niet geheven.
2. Voordat met het treffen van voorzieningen wordt aangevangen, wordt door de raad besloten in welke mate de aan die voorzieningen verbonden lasten door middel van een baatbelasting zullen worden verhaald. Een besluit als bedoeld in de eerste volzin bevat een aanduiding van het gebied waarbinnen de gebate onroerende zaak is gelegen. Het besluit wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 139.
3. Of een onroerende zaak is gebaat wordt beoordeeld naar de toestand op een in de belastingverordening te bepalen tijdstip, dat is gelegen uiterlijk een jaar nadat de voorzieningen geheel zijn voltooid.
4. Tot invoering van de belasting wordt besloten uiterlijk twee jaren nadat de voorzieningen geheel zijn voltooid.
5. De belasting wordt ineens geheven, met dien verstande dat de belasting op verzoek van de belastingplichtige in de vorm van een jaarlijkse belasting wordt geheven gedurende ten hoogste dertig jaren, een en ander volgens in de verordening vast te stellen regelen.


Artikel 281 gemw:

Het gemeentebestuur neemt opnieuw een besluit omtrent het onderwerp van het vernietigde besluit, waarbij met het koninklijk besluit wordt rekening gehouden.





Deel deze pagina met:      




Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...


bestuursrecht (belastingrecht) - heffing van overheidswegen op ingezetenen om te voorzien de kosten van openbare voorzieningen en het bestuur; heffingen om in de algemene behoeften van de gemeenschap te voorzien, of voor bijzondere doeleinden of voor het benutten van bepaalde voorwerpen of diensten.

onderdeel retributie

onderdeel leges

onderdeel precariorechten

onderdeel belasting op toegevoegde waarde


Deel deze pagina met:      




Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...


bestuursrecht (belastingrecht) - omzetbelasting gerelateerd aan een btw-nummer waardoor ondernemers betaalde btw kunnen terugkrijgen van en ontvangen btw dienen te betalen aan de belastingdienst; in iedere schakel van het produktie- en distributieproces wordt ~ geheven over de in die schakel aan het goed of de dienst toegevoegde waarde. over de meeste goederen bedraagt de ~ 21%.

nadere verklaring fiscus / belastingdienst

nadere verklaring belastingen

tegenstelling rechten / leges

Artikel 1 wet OB:

Onder de naam 'omzetbelasting' wordt een belasting geheven ter zake van:
a. leveringen van goederen en diensten, welke in Nederland door ondernemers in het kader van hun onderneming worden verricht;
b. intracommunautaire verwervingen van goederen in Nederland door ondernemers in het kader van hun onderneming en door rechtspersonen, andere dan ondernemers;
c. intracommunautaire verwervingen, anders dan in de zin van onderdeel b, van nieuwe vervoermiddelen in Nederland;
d. invoer van goederen.





Deel deze pagina met:      




Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...


bestuursrecht (belastingrecht) - schriftelijke verklaring waarin het belastbaar inkomen wordt meegedeeld aan de inspectie der belastingen.

niet gelijk aan belastingaanslag


Deel deze pagina met:      




Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...


bestuursrecht (belastingrecht) - vordering van het aan belasting verschuldigde bedrag.

onderdeel ambtshalve aanslag

niet gelijk aan belastingaangifte

Artikel 2 Awr:

1. Deze wet verstaat onder:
a. belastingwet: zowel deze wet als andere wettelijke bepalingen betreffende de heffing van de onder artikel 1 vallende belastingen;
b. lichamen: verenigingen en andere rechtspersonen, maat- en vennootschappen, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens.
2. Waar in de belastingwet wordt gesproken:
a. van vereniging, is daaronder begrepen de samenwerkingsvorm zonder rechtspersoonlijkheid die met een vereniging maatschappelijk gelijk kan worden gesteld;
b. met betrekking tot een lichaam van bestuurder, zijn daaronder begrepen de beherende vennoot van een maat- of vennootschap en de binnenlandse vertegenwoordiger van een niet binnen het Rijk gevestigd lichaam, alsmede in geval van ontbinding hij die met de vereffening is belast.
3. De belastingwet verstaat onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
b. directeur, inspecteur of ontvanger: de functionaris die als zodanig bij ministeriële regeling is aangewezen;
c. open commanditaire vennootschap: de commanditaire vennootschap waarbij, buiten het geval van vererving of legaat, toetreding of vervanging van commanditaire vennoten kan plaats hebben zonder toestemming van alle vennoten, beherende zowel als commanditaire;
d.
1°. Rijk: Nederland;
2°. Nederland: Nederland, met dien verstande dat voor de heffing van de inkomstenbelasting, de loonbelasting, de vennootschapsbelasting en de assurantiebelasting Nederland tevens omvat het buiten de territoriale zee onder de Noordzee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, voor zover het Koninkrijk der Nederlanden daar op grond van het internationale recht ten behoeve van de exploratie en de exploitatie van natuurlijke rijkdommen soevereine rechten mag uitoefenen, alsmede de in, op of boven dat gebied aanwezige installaties en andere inrichtingen ten behoeve van de exploratie en de exploitatie van natuurlijke rijkdommen van dat gebied;
e. belastingaanslag: de voorlopige aanslag, de aanslag, de uitnodiging tot betaling, de navorderingsaanslag en de naheffingsaanslag, alsmede de voorlopige conserverende aanslag, de conserverende aanslag en de conserverende navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting, het recht van successie en het recht van schenking;
f. aandeel: mede de deelgerechtigdheid van een commanditaire vennoot in een open commanditaire vennootschap;
g. Communautair douanewetboek: verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302);
h. toepassingsverordening Communautair douanewetboek: verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 253);
i. kind: eerstegraads bloedverwant en aanverwant in de neergaande lijn;
j. sociaal-fiscaalnummer: het nummer waaronder een natuurlijke persoon is geregistreerd bij de rijksbelastingdienst, welk nummer tevens dient als registratienummer voor de verzekerde en de uitkeringsgerechtigde bij de uitvoering van de wettelijke voorschriften inzake de sociale zekerheid.
4. Het in de belastingwet genoemde bestuur van ãs Rijks belastingen wordt uitgeoefend door de door Onze Minister aangewezen ambtenaren.
5. Hetgeen bij of krachtens deze wet wordt bepaald inzake de in het derde lid, onderdeel e, bedoelde voorlopige aanslag, aanslag of navorderingsaanslag, is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de in dat onderdeel bedoelde voorlopige conserverende aanslag, onderscheidenlijk conserverende aanslag of conserverende navorderingsaanslag, met dien verstande dat:
a. een voorlopige aanslag en in de belastingwet daartoe aangewezen voorheffingen niet worden verrekend met een conserverende aanslag en een voorlopige conserverende aanslag niet wordt verrekend met een aanslag;
b. een voorlopige conserverende aanslag niet wordt verrekend met een conserverende aanslag doch vervalt tegelijk met de vaststelling van de conserverende aanslag onder toerekening van het ter zake van de voorlopige conserverende aanslag verleende uitstel van betaling, de daaromtrent gestelde zekerheid, alsmede van de betalingen die op die conserverende voorlopige aanslag mochten zijn verricht, aan de conserverende aanslag.
6. Bepalingen van de belastingwet die rechtsgevolgen verbinden aan het aangaan, het bestaan, de beëindiging of het beëindigd zijn van een huwelijk zijn van overeenkomstige toepassing op het aangaan, het bestaan, de beëindiging onderscheidenlijk het beëindigd zijn van een geregistreerd partnerschap.


Artikel 2 iw 1990:

1. Deze wet verstaat onder:
a. rijksbelastingen: belastingen welke van rijkswege door de rijksbelastingdienst worden geheven, alsmede rechten bij invoer en rechten bij uitvoer als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderscheidenlijk derde lid, van de Douanewet;
b. heffingsrente en revisierente: de heffingsrente en de revisierente, bedoeld in hoofdstuk VA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
c. Communautair douanewetboek: verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302);
d. toepassingsverordening Communautair douanewetboek: verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 253);
e. compenserende rente: de compenserende rente, bedoeld in artikel 519 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek;
f. kosten van ambtelijke werkzaamheden: de kosten, bedoeld in hoofdstuk 4, paragraaf 2, van de Douanewet;
g. bestuurlijke boeten: de verzuimboeten en de vergrijpboeten, bedoeld in hoofdstuk VIIIA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel in enige andere wettelijke regeling betreffende de heffing van rijksbelastingen;.
h. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
i. directeur, inspecteur of ontvanger: de functionaris die als zodanig bij ministeriële regeling is aangewezen;
j. belastingdeurwaarder: de door Onze Minister als zodanig aangewezen ambtenaar van de rijksbelastingdienst;
k. belastingschuldige: degene te wiens naam de belastingaanslag is gesteld;
l. werknemer, artiest, beroepssporter, buitenlands gezelschap, dienstbetrekking en inhoudingsplichtige: de werknemer, de artiest, de beroepssporter, het buitenlandse gezelschap, de dienstbetrekking en de inhoudingsplichtige in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964;
m. belastingaanslag: de voorlopige aanslag, de aanslag, de uitnodiging tot betaling, de navorderingsaanslag en de naheffingsaanslag, alsmede de voorlopige conserverende aanslag, de conserverende aanslag en de conserverende navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting, het recht van successie en het recht van schenking;
n. kind: eerstegraads bloedverwant en aanverwant in de neergaande lijn.
2. Deze wet verstaat mede onder:
a. rijksbelastingen: de heffingsrente, de revisierente, de compenserende rente, de kosten van ambtelijke werkzaamheden, alsmede de bestuurlijke boeten;
b. wettelijke regeling betreffende de heffing van rijksbelastingen: de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Douanewet, voor zover deze betrekking hebben op de heffing van rijksbelastingen;
c. belastingaanslag: een ingevolge de Algemene wet inzake rijksbelastingen of enige andere wettelijke regeling betreffende de heffing van rijksbelastingen vastgestelde beschikking of uitspraak strekkende tot - al dan niet nadere - vaststelling van een ingevolge die regelingen verschuldigd of terug te geven bedrag;
d. aanslagbiljet: de kennisgeving van de beschikking of de uitspraak, bedoeld in onderdeel c;
e. invorderen van rijksbelastingen: het betalen van een terug te geven bedrag aan rijksbelastingen.
3. Voor de toepassing van deze wet geldt, in afwijking in zoverre van het eerste en het tweede lid en behoudens voor zover daarvan moet worden afgeweken ingevolge het elders in deze wet bepaalde, als belastingaanslag:
a. de belastingaanslag na toepassing van de ingevolge de Algemene wet inzake rijksbelastingen of enige andere wettelijke regeling betreffende de heffing van rijksbelastingen voorziene verrekeningen;
b. ingeval een aanslagbiljet naast een of meer belastingaanslagen als bedoeld in onderdeel a een of meer ingevolge het tweede lid, onderdeel c, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikkingen omvat: het gezamenlijke bedrag van de ingevolge de op het aanslagbiljet vermelde belastingaanslagen in te vorderen bedragen.
4. Ingeval het derde lid, aanhef en onderdeel b, toepassing vindt, worden de op het aanslagbiljet vermelde bestanddelen - wat belasting betreft na de in het derde lid, onderdeel a, bedoelde verrekening - tot een negatief bedrag geacht naar evenredigheid te zijn verrekend met de bestanddelen tot een positief bedrag en omgekeerd.
5. Bepalingen van deze wet die rechtsgevolgen verbinden aan het aangaan, het bestaan, de beëindiging of het beëindigd zijn van een huwelijk zijn van overeenkomstige toepassing op het aangaan, het bestaan, de beëindiging onderscheidenlijk het beëindigd zijn van een geregistreerd partnerschap.





Deel deze pagina met:      




Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...


bestuursrecht (belastingrecht) - bedrag dat een persoon van zijn belastbaar inkomen mag aftrekken. Bijv. hypotheekrente, de kosten voor de hypotheekakte, de taxatie en de kosten voor Nationale Hypotheek Garantie. De aflossing van de hypotheek valt niet onder ~.

onderdeel investeringsaftrek

onderdeel meewerkaftrek

onderdeel stakingsaftrek

onderdeel zelfstandigenaftrek


Deel deze pagina met:      




Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...


bestuursrecht (belastingrecht) - persoon die openstaande belastingbedragen invordert, authentieke akten afgeeft en informatie verstrekt. Bijv. er ligt een brief op de deurmat van de ~.


Deel deze pagina met:      




...

12-05-2019 - Moederdag 2019: Moeder maakt geen bastaard

Vandaag is het Moederdag en "moeder maakt geen bastaard". Het is een oud Germaans/ oud-vaderlands rechtsbeginsel dat bepaalt dat tussen de moeder en het uit haar geboren kind automatisch burgerlijke betrekkingen bestaan. Tot 1811 hoefde een onwettig kind niet door de moeder erkend te worden om van haar te kunnen erven. De oude Franse wet die hier begin 19e eeuw werd ingevoerd, de zgn. Code Napoléon, bracht daar verandering in; de moeder moest haar onwettig kind erkennen opdat het van haar zou kunnen erven. En dat werd later bepaald in art. 335 Burgerlijk Wetboek van 1838 : "Door het erkennen van een natuurlijk kind worden burgerlijke betrekkingen geboren tusschen dat kind en zijnen vader of moeder". Op 1 september 1948 werd die regel afgeschaft waardoor tussen de moeder en haar kind automatisch burgerlijke betrekkingen bestaan.

01-04-2019 - Juridisch Woordenboek Live!

Op 1 april 2019 is de nieuwe versie van het Nederlands juridisch woordenboek live gegaan. Het online juridisch woordenboek van het Amo Institute of Sciences is het grootste en meest geraadpleegde juridisch woordenboek van Nederland en België. Het woordenboek heeft meer dan 9.000 geverifieerde termen.

13-03-2019 - Juridischwoordenboek.nl in een nieuw jasje met verbeterde content

De Amo Institute Foundation heeft het bekende Juridischwoordenboek.nl van Lycaeus overgenomen. Lycaeus blijft o.a.s. als content provider betrokken bij de Amo Institute. In haar jaarplan voorziet de Amo Institute de livegang van een geüpdate versie van juridischwoordenboek.nl, dat met bijdragen van vele studenten en professionele juristen is ontwikkeld sinds 2002. Het vooruitzicht is dat de livegang in maart 2019 zal plaatsvinden.

05-03-2019 - Prof. dr. Anthonius Guilielmus Amo, Filosoof (ca. 1703 - ca. 1759)

Prof. Amo werd in Ghana geboren en belandde als tiener in Duitsland. Hij studeerde rechten en schreef het proefschrift "De iure Maurorum in Europa" (De rechten van zwarten in Europa). Daarnaast behaalde hij zijn doctoraat in de wijsbegeerte. Prof. Amo was de eerste zwarte hoogleraar in Europa. Naast rechten en filosofie was hij ook onderlegd in fysiologie, politiek, geschiedenis en astronomie. Hij sprak meerdere talen, waaronder Nederlands, Engels, Duits en Engels. Op zijn 44ste keerde Prof. Amo terug naar Ghana. Het Amo Institute of Sciences dankt haar naam aan hem.

15-01-2019 - Student? Meld je aan als Researcher!

Volg je een wetenschappelijke opleiding, ben je geïnteresseerd in Recht, Economie, Bedrijfskunde, Politieke studies, Geschiedenis, Psychologie en/of andere sociale wetenschappen of geesteswetenschappen, en wil je je kennis vergroten? Heb je gevoel voor taal? En krijg je voldoening uit onderzoek? Dan zijn wij op zoek naar jou! Klik hier voor meer info.


Page generated in 0.6012 seconds.