Artikel 112 wvk:
[1.] Het endossement moet worden gesteld op den wisselbrief of op een daaraan vastgehecht blad (verlengstuk). Het moet worden onderteekend door den endossant.
Artikel 203 wvk:
[1.] Het aval wordt op de chÌque of op een verlengstuk gesteld.
[2.] Het wordt uitgedrukt door de woorden: "goed voor aval", of door een soortgelijke uitdrukking; het wordt door den avalgever onderteekend.
[3.] De enkele handteekening van den avalgever, gesteld op de voorzijde van de chÌque, geldt als aval, behalve wanneer de handteekening die is van den trekker.
[4.] Het kan ook geschieden bij een afzonderlijk geschrift of bij een brief, vermeldende de plaats, waar het is gegeven.
[5.] In het aval moet worden vermeld, voor wien het is gegeven. Bij gebreke hiervan wordt het geacht voor den trekker te zijn gegeven.